Een weekend Leiden: wat u echt moet weten voor u aankomt

Written by

in

Als receptiemanager van een hotel aan de rand van Leiden hoor ik elke dag dezelfde vragen. Hoe ver is het naar het centrum? Waar kan ik parkeren zonder een halve dag te zoeken? Is het Rijksmuseum van Oudheden ook op zondag open? Ik geef die antwoorden graag persoonlijk, maar ik dacht: laat ik ze ook eens opschrijven. Dan heeft u al een voorsprong als u bij de balie aankomt.

De musea en de Hortus: meer dan u in één dag kunt zien

Leiden telt meer musea per inwoner dan welke andere Nederlandse stad ook. Dat klinkt als een toeristische slogan, maar het klopt gewoon. Wie voor het eerst komt, wil doorgaans het Rijksmuseum van Oudheden zien — en terecht. De Egyptische zaal met de tempel van Taffeh is iets wat je niet snel vergeet. Het museum bevindt zich aan de Rapenburg, de statige gracht die veel bezoekers als mooiste straat van Leiden beschouwen. Vanaf ons hotel loopt u via de Maredijk en de Steenstraat in ongeveer twintig minuten naar de ingang. Het museum is van dinsdag tot en met zondag open, van tien tot vijf uur.

Op loopafstand — nog geen vijf minuten verder langs het Rapenburg — vindt u het Naturalis Biodiversity Center. Dit is het nationale natuurhistorische museum van Nederland en het trekt ook bezoekers die normaal gesproken niet zo snel een museum binnenstappen. De T. rex is er groot, echt en indrukwekkend. Naturalis is zeven dagen per week open, wat prettig is als u op een maandag in Leiden bent en merkt dat andere musea gesloten zijn.

De Hortus Botanicus van Leiden verdient een aparte vermelding. Dit is een van de oudste botanische tuinen ter wereld — opgericht in 1590 als onderdeel van de Leidse universiteit — en de tuin heeft een rustige, bijna tijdloze sfeer die je midden in een druk weekend goed kunt gebruiken. De Hortus ligt aan de Rapenburgzijde van de binnenstad, op een paar minuten lopen van het Rijksmuseum van Oudheden. In het laagseizoen zijn de openingstijden iets beperkter dan in de zomer: de tuin is dan van dinsdag tot en met zondag open van tien tot vier uur. Controleer dit altijd even op de eigen website van de Hortus, want rondom feestdagen wijken de tijden soms af. De kassen zijn het hele jaar door toegankelijk en bieden een aangename warmte op een grijze winterdag.

Wie meer wil weten over de rijke geschiedenis van de Leidse universiteit en haar rol in de wetenschappelijke wereld, vindt op de Nederlandstalige pagina van Wikipedia uitgebreide achtergrondinformatie over de universiteit en de Hortus. Het geeft context aan wat u ziet als u door de tuin loopt of langs de universiteitsgebouwen aan het Rapenburg wandelt.

Grachtenrondvaarten en wandelen langs het water

Leiden is een stad van water. Er zijn meer grachten dan de meeste bezoekers verwachten, en de beste manier om de stad in één keer te begrijpen is een rondvaart. De rondvaartboten vertrekken doorgaans bij de Beestenmarkt, een plein dat u vanuit het centrum makkelijk vindt door richting het water te lopen en de borden te volgen. De vaartocht duurt ongeveer een uur en neemt u mee langs de Oude en Nieuwe Rijn, langs de Burcht — de middeleeuwse burcht op een kunstmatige heuvel midden in de stad — en langs de vele bruggetjes en pakhuizen die de binnenstad zijn karakter geven.

In het laagseizoen varen de boten minder frequent dan in de zomer. Op rustige weekenddagen in het najaar of de winter is het verstandig om vooraf te controleren of er een vaste vertrektijd is of dat u een boot kunt reserveren. Soms vaart er in de ochtend slechts één boot. Dat hoeft geen bezwaar te zijn: een lege boot op een mistige novembermorgen heeft zijn eigen charme.

Wie liever te voet gaat, heeft ook genoeg keuze. Een prettige wandelroute begint bij de Pieterskerk — de grote gotische kerk op de Pieterskerkhof, een paar minuten lopen van de Breestraat — en loopt via de Kloksteeg en het Rapenburg naar de Hortus. Vanaf daar kunt u langs het water verder naar het Academiegebouw van de universiteit. De totale wandeling is ongeveer twee kilometer en brengt u langs de meeste bezienswaardige plekken van de binnenstad. U kunt onderweg uitrusten op een terras aan het Rapenburg of een koffie halen bij een van de koffiezaken rondom de Pieterskerk.

De Burcht is gratis toegankelijk en biedt een mooi uitzicht over de daken van de stad. De opgang is steil maar kort. Vanaf de bovenkant ziet u hoe de twee Rijnarmen — de Oude Rijn en de Nieuwe Rijn — samenkomen aan de voet van de heuvel. Dat is het moment waarop je begrijpt waarom Leiden hier is ontstaan.

Parkeren, laagseizoen en wat er op zondag open is

Parkeren in de Leidse binnenstad is duur en de ruimte is beperkt. Dat is geen mening, dat is de realiteit. Als u met de auto reist, is het verstandig om te parkeren bij een van de P+R-locaties aan de rand van de stad en dan met de bus of te voet verder te gaan. Vanuit ons hotel is de binnenstad goed bereikbaar zonder auto: de looproute duurt twintig tot vijfentwintig minuten, of u pakt een fiets.

Als u toch de auto de binnenstad in wilt rijden, zijn er betaalde parkeergarages bij het Stadhuisplein en bij het Haagwegkwartier. Houd er rekening mee dat de tarieven in het centrum per uur oplopen en dat de garages op drukke zaterdagen snel vol zijn. Op zondag is het parkeren in sommige straatparkeergebieden gratis of goedkoper — maar dit verschilt per zone. Vraag het ons aan de balie, dan geven we u de actuele informatie.

In het laagseizoen — ruwweg van november tot en met maart — is Leiden rustiger maar zeker niet gesloten. De grote musea zijn gewoon open. De weekmarkten op de Nieuwe Rijn en het Botermarktgebied vinden doordeweeks en op zaterdag plaats. De binnenstad heeft genoeg cafés, eetgelegenheden en winkels die ook in de rustigere maanden gewoon open zijn. Op zondag zijn de meeste winkels open vanaf twaalf uur, maar musea, de Hortus en Naturalis zijn al eerder toegankelijk.

Wat in het laagseizoen juist prettig is: er zijn geen rijen. Bij Naturalis kunt u op een rustige zondagochtend gewoon binnenlopen. Bij de Hortus heeft u de kassen bijna voor uzelf. Bij de rondvaart zit u misschien met een handjevol andere bezoekers in de boot. Dat maakt een winterweekend in Leiden op zijn eigen manier de moeite waard.

Een praktische tip voor wie twee dagen heeft: plan de musea op dag één en de wandeling, de rondvaart en de Burcht op dag twee. Dat geeft een goed ritme en u ziet de stad op twee verschillende manieren — van binnenuit en van het water.

Tot slot

Leiden is een stad die beloont wie er de tijd voor neemt. Niet alles hoeft in één dag. De grachten lopen er morgen nog, de tempel van Taffeh staat er al eeuwen. Als u bij aankomst nog vragen heeft over routes, openingstijden of wat er die dag precies te doen is, staat de balie open. Dat is waarvoor we er zijn.