Een rustig weekend in Leiden: wat u zeker niet mag missen

Written by

in

Wie een weekend in Leiden verblijft, merkt al snel dat de stad meer te bieden heeft dan op het eerste gezicht lijkt. Achter de gevels langs de grachten schuilt een wereld aan musea, historische tuinen en verborgen steegjes die zelfs vaste bezoekers telkens weer verrassen. Als receptiemanager hoor ik dagelijks dezelfde vragen bij de balie: “Waar beginnen we?” en “Is er ook iets te doen als het regent?” Dit artikel is mijn antwoord op al die vragen tegelijk. Ik schrijf het op zodat u het rustig kunt lezen voordat u vertrekt, of ‘s avonds op de kamer als voorbereiding op de volgende dag.

De musea van Leiden: meer dan alleen Rembrandt

Leiden staat bekend als universiteitsstad en dat merk je op elke straathoek. De universiteit is de oudste van Nederland en heeft door de eeuwen heen een indrukwekkende verzameling kennis en cultuur opgebouwd. Die rijkdom is terug te zien in het museumlandschap, dat voor een stad van deze omvang uitzonderlijk breed is.

Het Rijksmuseum van Oudheden staat aan de Rapenburg, een van de mooiste grachten van de stad. Vanuit ons hotel loopt u in ongeveer tien minuten over de Breestraat naar het centrum, en van daaruit is het nog eens vijf minuten lopen richting de Rapenburg. Het museum herbergt een van de grootste collecties Egyptische, Griekse en Romeinse oudheden van Europa. De Egyptische tempel van Taffeh, die midden in het gebouw staat opgesteld, is voor veel gasten een onverwachte ontdekking. Het museum is open van dinsdag tot en met zondag, van tien tot vijf uur. Op maandag is het gesloten, ook in het laagseizoen.

Vlak bij het Rijksmuseum van Oudheden vindt u het Naturalis Biodiversity Center. Dit is een van de grootste natuurhistorische musea ter wereld en trekt zowel kinderen als volwassenen. Het skelet van een T-rex die er tentoongesteld staat, is inmiddels een begrip. Naturalis is zeven dagen per week open, ook op maandag, van tien tot zes uur. Voor gezinnen met kinderen is dit doorgaans de eerste stop die ik aanraad. Het gebouw zelf, modern en ruim, vormt een prettige afwisseling met de historische binnenstad.

Wie iets kleinschaliger zoekt, kan terecht in het Museum Volkenkunde op het Steenstraat, op loopafstand van het Rapenburg. De collectie richt zich op culturen van over de hele wereld en de wisselende tentoonstellingen zorgen ervoor dat ook terugkerende bezoekers steeds iets nieuws aantreffen. Openingstijden zijn dinsdag tot en met zondag, tien tot vijf uur. Een combinatiebezoek aan twee musea op één dag is goed te doen; drie musea is voor de meeste mensen net iets te veel om echt van te genieten.

  • Rijksmuseum van Oudheden – Rapenburg 28, di t/m zo 10:00–17:00
  • Naturalis Biodiversity Center – Darwinweg 2, dagelijks 10:00–18:00
  • Museum Volkenkunde – Steenstraat 1, di t/m zo 10:00–17:00

Een praktische tip: op woensdagmiddag zijn de meeste musea minder druk dan in het weekend. Als u de mogelijkheid heeft om uw bezoek te plannen, is woensdag een aanrader.

De Hortus Botanicus en de grachten: buiten de deur in Leiden

Leiden heeft een van de oudste botanische tuinen ter wereld. De Hortus Botanicus Leiden werd in 1590 gesticht door de universiteit en is sindsdien vrijwel ononderbroken in gebruik geweest als plek voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Maar ook voor wie niets met plantkunde heeft, is het een bijzondere plek om een ochtend door te brengen.

De Hortus ligt aan de Rapenburg, vlak bij het Rijksmuseum van Oudheden. Vanuit ons hotel is het een wandeling van een kwartier. U loopt via de Breestraat, slaat linksaf richting het Rapenburg en volgt de gracht tot u het hek ziet. De tuin is in de wintermaanden geopend van tien tot vier uur, in de zomermaanden tot vijf uur. Op maandag is de Hortus gesloten. Binnen de muren van de tuin vindt u een Japanse tuin, een rozenperk, een collectie vetplanten en de befaamde Clusius-tuin, een reconstructie van de oorspronkelijke tuin uit de zestiende eeuw. De serres zijn het hele jaar door toegankelijk en bieden beschutting als het weer tegenzit.

De grachten van Leiden zijn een wereld op zich. De stad heeft meer dan vijftig kilometer aan grachten, meer dan Amsterdam in verhouding tot de oppervlakte. Een rondvaart is een van de beste manieren om de stad te leren kennen, zeker voor wie voor het eerst in Leiden is. De rondvaartboten vertrekken doorgaans bij de Beestenmarkt, een plein dat u vanuit het hotel in tien minuten kunt bereiken. In het hoogseizoen varen de boten dagelijks; in het laagseizoen, ruwweg van november tot maart, is het aanbod beperkt tot weekenden en sommige vakanties. Ik raad u aan om van tevoren te controleren of er vaart is op de dag van uw bezoek, zeker als u in een rustige periode verblijft.

Wie liever zelf de grachten verkent, kan een fluisterboot of een kano huren. Verhuurpunten zijn te vinden rondom de Beestenmarkt en bij de Aalmarkt. De huurperiode is doorgaans per uur of per dagdeel. Wees u ervan bewust dat de grachten smal zijn op sommige plekken en dat het verkeer van en naar de rondvaartboten voorrang heeft. Met een zelfbestuurde boot ziet u de stad vanuit een heel ander perspectief: de gevels staan ineens veel dichter bij, en u ontdekt details die u lopend nooit zou zien.

Voor wie liever te voet gaat: de wandeling langs het Rapenburg is een van de mooiste in de stad. U begint bij de Pieterskerk, loopt richting de Hortus en vervolgt uw weg over de Doezastraat terug naar de Breestraat. De hele route is ongeveer twee kilometer en duurt op een rustig tempo veertig minuten. Onderweg passeert u universiteitsgebouwen, hofjes en kleine bruggetjes die u nergens anders vindt.

Parkeren en praktische zaken: wat u weten moet voor vertrek

Een van de meest gestelde vragen aan de balie is: “Waar kan ik mijn auto kwijt?” Leiden heeft een compacte binnenstad die grotendeels autoluw is. Dat is prettig als u er doorheen wandelt, maar vraagt om wat voorbereiding als u met de auto reist.

Ons hotel beschikt over eigen parkeergelegenheid. Dat is voor veel gasten de makkelijkste oplossing: u parkeert bij aankomst en laat de auto staan tot uw vertrek. Leiden is klein genoeg om volledig te voet te verkennen. Alle musea die ik eerder noemde, de Hortus, de grachten en het centrum: alles ligt binnen een straal van twee kilometer van ons hotel.

Als u toch met de auto de binnenstad in wilt, zijn er een aantal parkeergarages. De garage onder het Stadsbouwhuis aan de Langegracht is een van de meest centraal gelegen. Vanaf daar loopt u in vijf minuten naar de Breestraat. De garage aan de Morspoort is iets goedkoper en populair bij mensen die de westkant van de stad willen verkennen. Parkeren op straat in de binnenstad is betaald en in de meeste straten geldt dat ook op zaterdag. Op zondag zijn sommige zones gratis, maar dat verschilt per straat. Het blauwe bord met een P en een tijdstip geeft aan wanneer betaald parkeren geldt.

Voor het laagseizoenweekend geldt een extra tip: de meeste attracties zijn gewoon open, maar de drukte is aanzienlijk minder. U loopt niet in de rij bij de musea, de grachten zijn rustiger en de hofjes in de binnenstad zijn makkelijker te vinden omdat er minder mensen in de weg staan. Leiden heeft meer dan zestig hofjes, kleine besloten binnenplaatsen die vroeger dienden als onderkomen voor armen en ouderen. De meeste zijn vrij toegankelijk overdag. Een bekende is het Meermansburg aan de Oude Varkenmarkt, maar er zijn tientallen andere die de moeite waard zijn om te zoeken.

Een laatste praktische opmerking over het laagseizoen: sommige kleinere musea en attracties hanteren kortere openingstijden of zijn op extra dagen gesloten. Ik raad u altijd aan om de openingstijden te controleren voordat u vertrekt, zeker als u een specifiek museum als hoofddoel heeft. Niets is vervelender dan een gesloten deur na een kwartier lopen. Bij de receptie kunt u altijd terecht voor actuele informatie; wij bellen voor u na als dat nodig is.

Leiden beloont de rustige bezoeker. Wie de tijd neemt om te lopen, te kijken en af en toe stil te staan bij een gracht of een hofje, gaat met een heel ander gevoel naar huis dan wie de stad in drie uur probeert samen te vatten. Neem die tijd. U bent er toch al.