Wie Leiden bezoekt buiten de drukke zomermaanden, ontdekt een andere kant van de stad. De grachten zijn stiller, de musea rustiger en de kans dat u in de Pieterskerk zonder menigte staat is aanzienlijk groter. Als receptiemanager hoor ik dagelijks de vraag: “Is er in dit seizoen eigenlijk wel genoeg te doen?” Het antwoord is altijd hetzelfde, en het is volmondig ja.
De musea: het kloppende hart van Leiden het hele jaar door
Leiden telt meer musea per vierkante kilometer dan vrijwel elke andere Nederlandse stad. Dat is geen toeval: de universiteit, opgericht in 1575, trok eeuwenlang geleerden en collecties aan. Het Rijksmuseum van Oudheden aan de Rapenburg is het hele jaar open, ook op maandag. De Egyptische zaal met de tempel van Taffeh is een van de weinige plekken in Europa waar u een compleet Egyptisch monument van dichtbij bekijkt. Reken op een bezoek van anderhalf tot twee uur als u alles rustig wilt zien.
Het Naturalis Biodiversity Center, op tien minuten lopen van het station, is eveneens het hele jaar toegankelijk. De dinosauriërzaal trekt gezinnen, maar ook de permanente collectie over de evolutie van het leven is de moeite waard. In het laagseizoen staan er zelden rijen bij de kassa. Het Stedelijk Museum de Lakenhal, na een ingrijpende renovatie, herbergt de Leidse schilderkunst van de Gouden Eeuw. Lucas van Leyden en de vroege Rembrandt hangen er, in een gebouw dat zelf al een bezienswaardigheid is.
De Hortus Botanicus: ook buiten de zomer de moeite waard
De Hortus Botanicus van de Leidse universiteit is een van de oudste botanische tuinen ter wereld. Aangelegd in 1590, en sindsdien vrijwel onafgebroken in gebruik. In de winter zijn de buitenbedden kaler, maar de kassen compenseren dat ruimschoots. De tropische kas, de cactussenpaviljoen en de afdeling met vleesetende planten zijn het hele jaar verwarmd en toegankelijk.
De tuin ligt aan de Rapenburg, op loopafstand van het centrum. Vanaf ons hotel is het een wandeling van ongeveer twintig minuten door de binnenstad, of u neemt de bus naar het Centraal Station en loopt vandaar in tien minuten. Openingstijden variëren per seizoen: in de wintermaanden sluit de tuin doorgaans om vijf uur, in de zomer een uur later. Controleer dit altijd vooraf, want op feestdagen gelden afwijkende tijden. De entreeprijs is bescheiden en kinderen tot en met een bepaalde leeftijd gaan gratis naar binnen.
Grachtenrondvaart: wanneer het kan en wanneer niet
Een van de meest gestelde vragen aan onze balie is of de rondvaartboten ook in het laagseizoen varen. Het eerlijke antwoord: dat hangt af van de aanbieder en het weer. Sommige rederijen varen het hele jaar door, zij het met een beperktere dienstregeling. Andere stoppen na het zomerseizoen. Bel of controleer van tevoren of er die dag een boot vertrekt.
De vertrekpunten liggen doorgaans bij de Beestenmarkt of bij de Blauwpoortsbrug, beide op loopafstand van het centrum. Een rondvaart duurt gemiddeld een uur en brengt u langs de Pieterskerk, de Burcht, het Rapenburg en de schilderachtige Aalmarkt. Wie niet op een boot hoeft, kan dezelfde route te voet afleggen. Volg de Breestraat richting Pieterskerk, sla af naar het Rapenburg en loop door naar de Nonnenbrug. Dat is een van de mooiste grachtzichten van de stad, en het kost niets.
Parkeren in de binnenstad: wat u vooraf moet weten
Leiden heeft een compacte binnenstad met beperkte parkeermogelijkheden. Wie met de auto komt, doet er goed aan om niet te proberen het centrum in te rijden. De parkeergarages aan de rand van het centrum zijn de meest praktische keuze: Garage Lammermarkt, Garage Morspoort en Garage Garenmarkt liggen alle drie op vijf tot tien minuten lopen van de Pieterskerk.
Ons hotel beschikt over eigen parkeerplaatsen, wat voor gasten die per auto komen een direct voordeel is. Vanuit het hotel loopt u in ongeveer twintig minuten naar het centrum, of u pakt de bus die vlak bij de ingang stopt. Op zaterdag en zondag geldt in de meeste garages een dagtarief dat gunstiger is dan doordeweeks. Parkeren op straat in de binnenstad is duur en plaatsen zijn schaars; reken er niet op.
Wat er op een rustig weekend nog open is
Het laagseizoen heeft een reputatie die het niet verdient. Ja, sommige terrasjes zijn dicht. Maar de meeste musea, de Hortus, de meeste kerken en de binnenstad zelf zijn gewoon toegankelijk. De Pieterskerk is doorgaans open voor bezoekers, ook buiten de toeristische piek. De Burcht van Leiden, de middeleeuwse ringburcht bovenop een kunstmatige heuvel, is gratis toegankelijk en biedt een uitzicht over de daken dat in de winter, zonder bladeren aan de bomen, zelfs verder reikt dan in de zomer.
Op zondag openen de meeste winkels in het centrum pas om twaalf uur. Wie vroeg begint, heeft de ochtend voor zichzelf: een wandeling langs de Oude Rijn, een kop koffie op een van de pleinen en daarna een museum zonder drukte. Restaurants en eetcafés in de binnenstad zijn ook in het laagseizoen grotendeels open, al is het verstandig om voor een zaterdagavond te reserveren. De keuze is groot: van eetcafés aan de Aalmarkt tot restaurants rondom de Pieterskerk.
Praktische tips voor wie een nacht of een weekend blijft
Een weekend Leiden vraagt om een beetje planning, maar niet te veel. Twee musea per dag is comfortabel; drie wordt gehaast. Combineer een ochtend in het Rijksmuseum van Oudheden met een middag in de Hortus, en u heeft een volle dag zonder dat u gehaast heeft gelopen.
Draag comfortabele schoenen: de binnenstad heeft klinkers en smalle stoepen. Een lichte regenjas is in elk seizoen verstandig. En als u vragen heeft over wat er die dag open is, of hoe u ergens het snelst komt: de balie staat de hele dag bemand. Wij kennen de stad, en we vertellen het graag.