Leiden in het laagseizoen: wat er open is en waarom juist nu het moment is

Written by

in

Wie Leiden bezoekt buiten de drukke zomermaanden, ontdekt een stad die zichzelf laat zien. De grachten zijn rustiger, de musea hebben ruimte, en de Leidenaar op straat heeft tijd voor een praatje. Als receptiemanager hoor ik gasten bij aankomst regelmatig vragen: “Is er nog genoeg te doen?” Het antwoord is altijd ja. Hieronder schrijf ik op wat ik dagelijks vertel, zodat u uw verblijf al thuis kunt plannen.

De musea: minder drukte, meer ruimte om te kijken

Leiden heeft per inwoner meer musea dan vrijwel elke andere stad in Nederland. Dat is geen toeval. De universiteit, opgericht in de zestiende eeuw, trok wetenschappers, verzamelaars en schenkers aan. Wat zij achterlieten, is nu te zien in een handvol instellingen die het hele jaar door open zijn.

Het Rijksmuseum van Oudheden staat aan het Rapenburg, een van de mooiste grachten van de stad. Binnen vindt u Egyptische mummies, Griekse beelden en de beroemde Tempel van Taffeh, een authentieke Nubische tempel die Nederland cadeau kreeg bij de aanleg van de Assoeandam. In het laagseizoen kunt u hier rustig voor staan zonder dat er een groep schoolkinderen langs schuift. Het museum is gesloten op maandag; de overige dagen kunt u terecht vanaf tien uur ‘s ochtends.

Op loopafstand, aan het Steenschuur, bevindt zich het Naturalis Biodiversity Center. Dit is een van de grootste natuurhistorische musea van Europa. De dinosauriërzaal trekt ook in de rustige maanden bezoekers, maar de wachtrijen bij de kassa zijn in het laagseizoen vrijwel afwezig. Naturalis is zeven dagen per week open. Vanaf het hotel rijdt u in tien minuten met de bus naar het centrum, of u wandelt in ongeveer vijfentwintig minuten via de Maredijk langs het water.

Voor wie liever kleinschalig kijkt: het Museum Volkenkunde aan het Steenschuur toont culturen van over de hele wereld. De collectie omvat voorwerpen uit Azië, Afrika, Oceanië en de Amerika’s. Op een rustige dinsdag in november staat u hier soms als enige voor een vitrine met Japanse lakwerk. Dat is een ervaring die de zomer u zelden gunt.

De Hortus Botanicus: ook buiten het groeiseizoen de moeite waard

Gasten vragen me regelmatig of de Hortus Botanicus in de wintermaanden nog iets te bieden heeft. Mijn antwoord: meer dan u denkt. De Leidse Hortus is een van de oudste botanische tuinen ter wereld. Ze werd in 1590 aangelegd als kruidenuin voor de medische faculteit van de universiteit. Dat verleden is nog altijd voelbaar in de indeling van de tuin.

In het laagseizoen zijn de buitenbedden rustiger, maar de kassen compenseren dat ruimschoots. De grote tropische kas herbergt planten die u in Noord-Europa nergens anders zo dicht kunt naderen: varens zo groot als bomen, waterlelies met bladeren waarop een kind zou kunnen staan, en orchideeën die in de winter volop bloeien. De warmte van de kas is op een koude dag bovendien welkom.

De Hortus bevindt zich aan de Rapenburg, op ongeveer tien minuten lopen van de meeste parkeergarages in het centrum. Hij is het hele jaar open, met uitzondering van enkele feestdagen. De openingstijden zijn doorgaans van tien tot vijf; in de kortste dagen van het jaar sluit hij iets eerder. Ik adviseer gasten om dit vooraf te controleren via de informatiebalie van het hotel, zodat u niet voor een gesloten deur staat. De entree is betaald, maar de prijs is bescheiden en het bezoek duurt gemakkelijk twee uur.

Een bijzonderheid die weinig bezoekers kennen: in de Hortus staat een rozentuin met historische variëteiten die al in de zeventiende en achttiende eeuw werden gekweekt. In de wintermaanden staan de struiken kaal, maar de structuur van de tuin blijft zichtbaar. Wie van tuingeschiedenis houdt, vindt hier veel om over na te denken.

Rondvaart en grachten: wat u buiten het seizoen kunt verwachten

De grachtenrondvaart is in de zomer bijna vanzelfsprekend: boten vertrekken elk half uur, de kades zijn vol en er is muziek op het water. In het laagseizoen is dat anders, en dat is niet per definitie een nadeel.

De meeste rondvaartbedrijven in Leiden varen het hele jaar door, maar met een aangepast schema. In de rustiger maanden vertrekken boten minder frequent, soms maar een of twee keer per dag op vaste tijdstippen. Ik adviseer gasten altijd om dit vooraf te informeren, omdat het schema per seizoen verschilt. De balie van het hotel kan u daarbij helpen.

Wat u op het water ziet in het laagseizoen, is een ander Leiden. De bomen langs de Oude Rijn hebben hun bladeren verloren, waardoor u de gevels van de grachtenpanden beter kunt zien. De reflecties op het water zijn scherper. Er zijn minder toeristen op de kades, waardoor de schipper de tijd heeft om uitleg te geven. Sommige gasten vertellen me achteraf dat de winterrondvaart de mooiste was die ze ooit hebben gemaakt.

Wie liever zelf vaart, kan in Leiden een kleine sloep of kano huren. Ook dat aanbod is in het laagseizoen beperkter, maar voor wie een rustige dag op het water wil, is het zeker mogelijk. De Rijn, de Oude Vest en de Rapenburg verbinden zich tot een netwerk van zo’n vijftien kilometer bevaarbaar water binnen de singels. U kunt er uren in verdwalen zonder de stad te verlaten.

Wandelen langs de grachten is altijd mogelijk, in elk seizoen en zonder reservering. De route langs het Rapenburg, via de Nonnenbrug naar de Pieterskerk en terug via de Breestraat, is een wandeling van ongeveer veertig minuten. Die route voert langs de meeste historische gevels van de stad en kost niets.

Parkeren en bereikbaarheid: wat u moet weten voordat u de auto inrijdt

Dit is het onderwerp waarover ik de meeste vragen krijg. Leiden heeft een compacte binnenstad met smalle straten, veel eenrichtingsverkeer en beperkte parkeermogelijkheden direct bij de bezienswaardigdheden. Wie dat niet weet, rijdt de stad in en staat een kwartier later vast.

Mijn advies is altijd hetzelfde: parkeer aan de rand en loop of neem de bus. Het hotel biedt parkeergelegenheid, en vanuit het hotel bent u met de stadsbus in tien minuten in het centrum. De bus stopt op loopafstand van de Hortus, het Rijksmuseum van Oudheden en Naturalis. Dat scheelt u een hoop zoekwerk.

Als u toch met de auto de binnenstad in wilt, zijn er een paar parkeergarages die ik aanraad te kennen. De garage aan de Morspoort, vlak bij de historische stadspoort aan de westkant van de stad, heeft doorgaans ruimte en ligt op vijftien minuten lopen van de Pieterskerk. De garage bij het Stadhuisplein ligt centraler, maar is in het weekend vaker vol. De garage aan de Garenmarkt is kleiner maar handig als u richting het Rapenburg wilt.

Parkeren langs de straat in de binnenstad is betaald en in de meeste straten beperkt tot twee uur. De blauwe zones zijn in het laagseizoen iets minder streng gecontroleerd, maar ik raad het u niet aan om daarop te rekenen. Boetes worden ook in januari uitgeschreven.

Voor gasten die met de trein komen: het centraal station ligt op tien minuten fietsen of twintig minuten lopen van de binnenstad. Er zijn fietsverhuurpunten bij het station. Een fiets is in Leiden de handigste manier om te bewegen; de stad is vlak, de afstanden zijn klein en er zijn goede fietspaden langs vrijwel alle routes die u wilt rijden.

Ten slotte: het centrum van Leiden heeft een milieuzone. Oudere dieselvoertuigen zijn niet welkom in een deel van de binnenstad. Als u twijfelt of uw auto toegang heeft, controleer dit dan voor vertrek. De balie van het hotel helpt u graag met die informatie.

Leiden is geen stad die u in één dag begrijpt. Maar een weekend is genoeg om het gevoel te krijgen: dit is een stad die zijn verleden serieus neemt en zijn heden goed beheert. In het laagseizoen ziet u dat het duidelijkst. De drukte is weg, de stad is er nog. Wij staan klaar om uw verblijf zo soepel mogelijk te laten verlopen.