Als receptiemanager hoor ik elke dag dezelfde vragen aan de balie. “Hoe ver is het naar het centrum?” “Zijn de musea open op maandag?” “Waar kan ik de auto kwijt?” Ik beantwoord die vragen graag, elke keer opnieuw, maar ik dacht: laat ik ze ook eens opschrijven. Dan heeft u bij aankomst al een voorsprong, en kunt u meteen genieten van wat Leiden te bieden heeft. Want er is meer dan u in een dag kunt zien, zelfs als u een heel weekend de tijd heeft.
Van Hotel naar Centrum: De Eerste Stap
Het hotel ligt aan de rand van de stad, wat meer rust geeft dan een verblijf midden in de binnenstad, maar tegelijk de vraag oproept: hoe kom ik er? Lopen is voor de meeste gasten de prettigste optie. Vanuit de ingang van het hotel loopt u in ongeveer twaalf tot vijftien minuten naar de Beestenmarkt, het plein dat voor veel bezoekers het beginpunt van de binnenstad voelt. De route voert langs de Schipholweg en vervolgens via de Langegracht richting het centrum. Het is een rechte, overzichtelijke weg zonder grote hoogteverschillen, en onderweg passeert u al de eerste grachten.
Wie liever de bus neemt, staat bij de halte op nog geen drie minuten lopen van het hotel. Lijn 4 brengt u in zes stops naar het Centraal Station, van waaruit het centrum volledig te voet bereikbaar is. Het station zelf is ook interessant: het gebouw stamt uit de negentiende eeuw en de hal is recent gerestaureerd, met behoud van de originele ijzeren constructie. Als Leidenaar kijk ik er nog steeds met plezier naar.
Voor gasten die met de fiets willen verkennen: aan de receptie staat een kleine kaart met de fietsroutes die het meest worden gevraagd. De stad heeft een uitgebreid netwerk van fietspaden, en de meeste musea en bezienswaardigheden liggen op vijf tot tien minuten fietsen van het centrum.
De Musea: Meer Dan U in Één Dag Aankan
Leiden heeft naar verhouding veel musea voor de omvang van de stad. Dat heeft te maken met de universiteit, die al eeuwen wetenschappelijke collecties heeft opgebouwd. Het meest bezochte museum is het Rijksmuseum van Oudheden, gelegen aan het Rapenburg. Dit museum herbergt een van de beste Egyptische collecties van Europa, inclusief een complete tempel die midden in het gebouw staat opgesteld. De tempel van Taffeh is gratis te bezichtigen vanuit de hal; voor de volledige collectie betaalt u entree. Het museum is geopend van dinsdag tot en met zondag, van tien uur ‘s ochtends tot vijf uur ‘s middags. Op maandag is het gesloten.
Een paar minuten lopen van het Rijksmuseum van Oudheden, ook aan het Rapenburg, bevindt zich het Academisch Historisch Museum. Dat is kleiner en minder bekend, maar voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van de universiteit een echte aanrader. De collectie bevat instrumenten, portretten en curiosa die de wetenschap door de eeuwen heen hebben begeleid. De entree is laag en het museum is nooit druk.
Dan is er nog het Naturalis Biodiversity Center, een museum dat in de afgelopen jaren volledig is vernieuwd. Het staat niet in de binnenstad, maar aan de Darwinweg, op ongeveer twintig minuten lopen van het hotel of acht minuten met de bus. Naturalis heeft een van de best bewaarde T. rex skeletten ter wereld en trekt zowel gezinnen als wetenschappelijk geïnteresseerden. Openingstijden zijn dagelijks van tien tot zes, ook op maandag. Dat is een verschil met de meeste andere musea in de stad, en voor gasten die op maandag in Leiden zijn, is dit een nuttige wetenschap.
De Hortus Botanicus: Een Tuin Met Geschiedenis
De Hortus Botanicus Leiden is een van de oudste botanische tuinen ter wereld. Ze werd in 1590 aangelegd op verzoek van de universiteit en diende oorspronkelijk als medicinale tuin voor de opleiding van artsen en apothekers. Tegenwoordig is ze een combinatie van historische tuin en wetenschappelijke instelling, en voor bezoekers een van de rustiger plekken die Leiden te bieden heeft.
De tuin ligt aan de Rapenburg, op loopafstand van het Rijksmuseum van Oudheden. U kunt beide op één ochtend combineren. De Hortus is geopend van maandag tot en met zondag, van tien uur tot zes uur in de zomer en tot vier uur in de winter. In het laagseizoen, ruwweg van november tot maart, zijn de openingstijden korter en sommige kassen minder toegankelijk vanwege onderhoud. Vraag bij de receptie altijd even naar de actuele tijden als u in die periode op bezoek bent.
Wat veel gasten niet weten: in de tuin staat een boom die al in 1601 werd geplant. Het is een Japanse honingboom, en hij staat er nog steeds, omgeven door een kleine omheining. De tuinmedewerkers weten er alles over en vertellen er graag bij als u het vraagt. Dat soort details maakt een bezoek meer dan een wandeling langs planten; het maakt het een gesprek met de geschiedenis van de stad.
Grachtenrondvaart: Leiden Vanaf Het Water
Wie Leiden wil begrijpen, moet het vanaf het water zien. De stad is gebouwd op een netwerk van grachten en eilanden, en veel van de fraaiste gevels en bruggen zijn alleen goed te zien vanuit een boot. Grachtenrondvaarten vertrekken in het hoogseizoen meerdere keren per dag, doorgaans vanaf de aanlegsteiger aan de Beestenmarkt of bij de Aalmarkt. In het laagseizoen rijden er minder boten en kan het zijn dat u een vaste vertrektijd moet afwachten of een rondvaart moet reserveren.
Een standaardrondvaart duurt ongeveer vijftig minuten en voert langs de belangrijkste grachten, onder de historische bruggen door en langs het Burcht, de middeleeuwse burcht die op een kunstmatige heuvel midden in de stad staat. De schipper geeft uitleg in het Nederlands en vaak ook in het Engels. Voor kinderen is de rondvaart prettig omdat ze de stad letterlijk van een andere kant zien; voor volwassenen is het een goede manier om te begrijpen hoe de stad in elkaar steekt voordat u verder gaat verkennen.
Een alternatief voor wie liever zelf peddelt: in het centrum zijn kano’s en fluisterbootjes te huur. Daarmee kunt u zelf een route kiezen en op eigen tempo door de grachten varen. De huurpunten zijn te vinden bij de Nieuwe Rijn en de Galgewater. Vraag bij de receptie naar de exacte locaties; ik help u graag met een plattegrond.
Parkeren en het Laagseizoenweekend
Parkeren in de binnenstad van Leiden is mogelijk, maar vraagt om voorbereiding. De parkeergarages in het centrum, zoals die aan de Morspoort en de Lammermarkt, zijn goed bereikbaar maar kunnen in het weekend vol raken, met name op zaterdagochtend als de markt op de Nieuwe Rijn en de Botermarkt in volle gang is. De markt is er elke zaterdag en trekt veel bezoekers.
Ons advies aan gasten die met de auto komen: parkeer het voertuig bij het hotel en loop of neem de bus. Dat scheelt u zoekwerk en parkeergeld, en u bent flexibeler in uw planning. Het hotel heeft een eigen parkeerterrein, en van daaruit heeft u de binnenstad binnen een kwartier te voet bereikt.
Voor wie toch in de stad wil parkeren: de parkeergarage Morspoort ligt aan de westkant van de binnenstad en heeft doorgaans meer ruimte dan de garages dichter bij het Rapenburg. Vanaf de Morspoort loopt u in vijf minuten naar de Hortus en in tien minuten naar het Rijksmuseum van Oudheden.
Dan het laagseizoenweekend, een vraag die ik regelmatig hoor: “Is er nog iets te doen in januari of februari?” Het antwoord is: ja, zeker. De meeste musea zijn gewoon open, al zijn de openingstijden soms iets korter. De Hortus heeft in die periode zijn eigen charme, met kassen vol tropische planten die een welkom contrast vormen met de grijze winterlucht buiten. De grachtenrondvaart rijdt in het laagseizoen minder frequent, maar vraag bij de aanlegsteiger naar de actuele schema’s.
De binnenstad zelf is in het laagseizoen rustiger, wat voor veel gasten juist prettig is. U kunt door de Breestraat lopen zonder de drukte van de zomermaanden, en in de cafés en eetgelegenheden rondom de Pieterskerk en de Vismarkt is altijd wel een tafel vrij. Leiden heeft een dicht aanbod aan eetgelegenheden voor de omvang van de stad, van eetcafés tot restaurants met een uitgebreide menukaart, en in het laagseizoen ervaart u die stad op een manier die dichterbij de alledaagse werkelijkheid ligt.
Als receptiemanager en geboren Leidenaar zeg ik altijd hetzelfde tegen gasten die vragen wanneer het beste moment is om te komen: elk seizoen heeft zijn eigen karakter. Maar wie de stad wil leren kennen zonder haast, kiest voor het laagseizoen. En wie de stad wil leren kennen met haast, heeft sowieso te weinig tijd.