Niet elke dag in Leiden begint met stralend weer. Soms hangt er een grijze lucht boven de grachten, valt er een fijne motregen en vraagt u zich af wat er eigenlijk nog te doen is. Leiden is een stad die juist op regenachtige dagen zijn karakter laat zien. De musea zijn leeg, de binnenstad is rustig en u heeft de ruimte om echt iets te beleven zonder dat u in een rij staat.
De Musea van Leiden: Meer Dan Eén Bezoek Waard
Leiden heeft meer musea per vierkante kilometer dan vrijwel elke andere stad in Nederland. De universiteit, opgericht in de zestiende eeuw, trok wetenschappers, ontdekkingsreizigers en verzamelaars aan. Wat zij meebrachten, is hier gebleven.
Het Rijksmuseum van Oudheden aan de Rapenburg is een van de adressen die regelmatig wordt aanbevolen. Binnen vindt u Egyptische mummies, Griekse beelden en de beroemde tempel van Taffeh, die midden in de hal staat opgesteld. Het museum is geopend van dinsdag tot en met zondag, van tien uur ‘s ochtends tot vijf uur ‘s middags. Op maandag is het gesloten.
Een paar minuten verderop, aan het Steenschuur, bevindt zich het Naturalis Biodiversity Center. Dit is een van de grootste natuurhistorische musea van Europa. Op een regenachtige doordeweekse dag is het er verrassend rustig. De collectie loopt van dinosaurusskelettten tot levende dieren in het tropisch gedeelte. Plan hier minstens twee uur voor in, liever drie. Het museum is zeven dagen per week open, ook op maandag, van tien tot vijf.
Het Museum Volkenkunde aan de Steenstraat vertelt verhalen over culturen van over de hele wereld, met objecten die vaak eeuwen oud zijn. De vaste collectie is indrukwekkend, maar ook de tijdelijke tentoonstellingen zijn de moeite waard. Openingstijden zijn dinsdag tot en met zondag, tien tot vijf.
Een tip: combineer twee musea op één dag, maar probeer er geen drie te doen. U wilt de ervaring laten bezinken, niet gehaast door zalen lopen.
De Hortus Botanicus en de Binnenstad bij Regen
De Hortus Botanicus van Leiden is de oudste botanische tuin van Nederland, aangelegd in 1590 als onderdeel van de universiteit. Ook op een regenachtige dag is er reden om te gaan. De kassen zijn verwarmd en bieden een wereld die volledig verschilt van de grijze straten buiten. Binnen groeien tropische planten, varens en bijzondere soorten die u nergens anders in Nederland zo dicht bij elkaar vindt.
De Hortus ligt aan de Rapenburg, op loopafstand van de musea. Openingstijden wisselen per seizoen: in de zomermaanden is de tuin dagelijks open van tien tot zes, in de winter van tien tot vier. Controleer de actuele tijden altijd even voor vertrek.
Na de Hortus kan de binnenstad in gelopen worden. Leiden heeft een compact historisch centrum dat u in elke richting te voet kunt verkennen. De Breestraat is de hoofdstraat, maar de interessantste ontdekkingen doet u in de zijstraatjes: de Pieterskerk, de hofjes verborgen achter poortjes, de Burcht op de heuvel met uitzicht over de daken.
Op regenachtige dagen zijn de hofjes bijzonder de moeite waard. Leiden telt tientallen historische hofjes, kleine binnenplaatsen omgeven door oude huisjes. Veel ervan zijn overdag vrij toegankelijk via een poort in de straat. Het Gravensteen aan de Pieterskerkhof, het Meermansburg aan de Oude Vest en het Heilige Geesthofje aan de Kaiserstraat zijn drie adressen die stil, groen en een wereld apart zijn van de drukte op straat.
Parkeren, Rondvaren en het Laagseizoen
Gasten die met de auto komen, stellen regelmatig vragen over parkeren in Leiden. Het eerlijke antwoord is: de binnenstad is voor de auto niet de meest logische keuze. De parkeergarages in het centrum zijn goed bereikbaar, maar vol op drukke momenten.
Het advies is altijd hetzelfde: parkeer uw auto bij het hotel en ga met de fiets of te voet de stad in. Vanuit het centrum is het een kwartier lopen naar de Breestraat. Heeft u een fiets, dan bent u er in vijf minuten. Wilt u toch de auto nemen, vertrek dan vroeg, voor tien uur ‘s ochtends.
Grachtenrondvaarten zijn in Leiden een bijzondere ervaring, ook in het laagseizoen. De boten varen het hele jaar door, al zijn de vaartijden buiten het hoogseizoen beperkter. Vertrekpunten zijn te vinden bij de Beestenmarkt en bij de Aalmarkt in het centrum. Een rondvaart duurt gemiddeld vijfenveertig minuten tot een uur en voert u langs de Rapenburg, de Oude Rijn en de hofjes gezien vanuit het water.
In het laagseizoen, de maanden buiten de zomervakantie, heeft Leiden een ander gezicht. De terrassen zijn kleiner, sommige winkels hebben kortere uren, maar de musea zijn gewoon open en de stad is van u. De Pieterskerk is doordeweeks te bezoeken van elf tot vijf, op zondag na de ochtenddienst. De Burcht is dagelijks toegankelijk zolang het licht is. De markt op de Nieuwe Rijn en de Botermarkt wordt op woensdag en zaterdag gehouden, het hele jaar door.
Voor wie een rustig weekend wil, is het laagseizoen eigenlijk de beste keuze. U staat niet in de rij bij Naturalis, u vindt een tafel bij een café aan de gracht en u loopt door de Pieterskerk zonder dat er een reisgroep achter u aan komt.

